Mijn blokken bundelt opdrachten onder een eigen naam. Een definitie bevat de opdrachten die uitgevoerd worden. Een aanroep gebruikt die definitie vanaf een andere plek in een script. De eigen blokken horen bij de sprite of het Speelveld waarin ze zijn gedefinieerd; een gelijke naam in een andere sprite maakt de definities niet gedeeld.
Bediening van Mijn blokken
Maak een blok
Open Mijn blokken en kies Maak een blok. Geef de opdracht een herkenbare naam. De bevestiging met OK voegt een definitie op het werkvlak en een bijbehorende aanroep aan de categorie toe. Dit maakt geen nieuw project. Verbind de bedoelde opdrachten onder de definitie en gebruik de aanroep waar die opdrachten moeten worden uitgevoerd.
Voeg een invoer toe: getal of tekst
Voegt een invoerveld toe dat per aanroep een getal of tekst kan ontvangen. Geef het veld een naam die zijn betekenis beschrijft. De naam wordt in de definitie als waardeblok beschikbaar; de ingevulde waarde kan bij iedere aanroep verschillen.
Voeg een invoer toe: booleaan
Voegt een waar/onwaar-invoer toe. Bij een aanroep wordt daar een voorwaarde ingevuld, bijvoorbeeld een vergelijking. De bijbehorende invoerwaarde in de definitie heeft de vorm van een voorwaarde, niet een vrij tekstveld.
Voeg een label toe
Voegt vaste woorden aan de bloknaam toe. Een label verduidelijkt de opdracht, maar krijgt per aanroep geen andere waarde en is geen variabele.
Voer uit zonder het scherm te verversen
Deze optie laat de opdrachten binnen de definitie uitvoeren zonder de gebruikelijke schermverversing tussen snelle opdrachten. Ze maakt een beweging niet vanzelf geleidelijk en verandert een invoer niet in een gedeelde variabele. Lange berekeningen of herhalingen kunnen het beeld daardoor pas later bijwerken; echte wachtopdrachten blijven een reden om te wachten.

Blokken en invoerwaarden
definieer [bloknaam]
Markeert de opdrachten van de eigen definitie. Dit is niet een start bij de groene vlag: de verbonden opdrachten worden uitgevoerd als de bijbehorende eigen opdracht wordt aangeroepen. De invoernamen in de definitie verwijzen naar de waarden van die aanroep.
[bloknaam] met invoervelden
Voert de bijbehorende definitie van dit onderdeel uit met de ingevulde waarden. Het script gaat na de aanroep verder zodra die uitvoering terugkomt. Alleen de aanroep kopiëren naar een andere sprite zonder de definitie maakt daar geen werkende eigen opdracht.
[invoernaam]: getal of tekst
Leest binnen de definitie de getal- of tekstwaarde die voor deze invoer is meegegeven. De invoer is geen blijvende variabele die je met maak of verander kunt instellen. Een andere aanroep kan een andere waarde meegeven.
[invoernaam]: booleaan
Leest de meegegeven waar/onwaar-waarde. Gebruik die als voorwaarde in de definitie. De waarde is de invoer van deze aanroep; het invoerblok is geen zelfstandig startblok.
Een bestaande definitie wijzigen
Gebruik het contextmenu van de eigen opdracht en kies Bewerk om naam, labels of invoervelden aan te passen. Ga naar definitie brengt je naar de bijbehorende opdrachten. Wijzigingen aan de definitie gelden voor alle aanroepen van die definitie in hetzelfde onderdeel. Controleer na het verwijderen of wijzigen van invoer de bestaande aanroepen en de opdrachten die de invoer gebruikten.
Terugkeerwaarden in een bestaand geïmporteerd project
Een geïmporteerd project kan eigen blokken bevatten die als waardeblok of voorwaarde worden gebruikt. Als zulke blokken aanwezig zijn, kan ook een terugkeerblok zichtbaar worden. De gewone aanmaakbediening hierboven maakt opdrachten; de aparte uitbreiding voor eigen waardeblokken is geen standaardkeuze in Delta's uitbreidingenmenu.
return [waarde]
Geeft bij een eigen waardeblok de ingevulde waarde terug en beëindigt de huidige uitvoering van die definitie. Opdrachten erna worden in die aanroep niet meer uitgevoerd. Gebruik het alleen waar een bestaande definitie werkelijk een terugkeerwaarde verwacht; het is geen opdracht om een waarde naar Drive of een leerkracht te sturen.
Als de eigen opdracht niet doet wat verwacht wordt
Controleer de geselecteerde sprite, de aanwezigheid van de juiste definitie en de ingevoerde waarden. Een definitie begint niet alleen doordat ze op het werkvlak staat. Controleer bij onverwachte wachttijd de opdrachten binnen de definitie en bij herhaald aanroepen of de definitie zichzelf opnieuw aanroept zonder een eindvoorwaarde.