Een beeldovergang wisselt tussen clips of tussen een clip en de achtergrond. Intro en outro animeren één clip; een audiofade verandert geluid. Je stelt ze apart in. Voor een overgang tussen twee mediaclips moeten die op hetzelfde spoor aansluiten, zonder gat of overlap; de aansluitafwijking moet onder ongeveer 0,001 seconde blijven.
Een overgang toevoegen of wijzigen
- Sleep links uit Overgangen een tegel naar de inkomende of uitgaande cliprand. Of selecteer een mediaclip en kies rechts Animeren > Overgangen > Inkomende overgang of Uitgaande overgang. Bij een losse rand kan de clip met de achtergrond overgaan.
- Kies Soort overgang, Duur en de opties van die soort. Duur begint op 1 seconde; de schuif werkt vanaf 0,1 seconde, stap 0,1.
- Klik voor een nieuwe overgang op toepassen. Een bestaande overgang neemt gewijzigde waarden direct over. Speel de grens af om het resultaat te bekijken.
- Kies Overgang verwijderen om alleen de overgang weg te halen; de clips en hun gewone snede blijven staan.
Duur en geluid
Bij twee clips ligt de overgang rond de snede en duurt ze maximaal tweemaal de kortste clipduur. Bij één cliprand is het maximum de clipduur. Te hoge invoer wordt begrensd. Controleer bij korte opnames de randbeelden; een langere overgang voegt geen opgenomen beeld toe.
Zet de aparte keuze voor geleidelijk overgangsgeluid aan voor een audio-overgang; ze staat eerst uit. Bij één rand geeft dit een geluidsfade. Gewone clipfades en volume stel je onder Audio in.
De 24 overgangssoorten
Kies de soort in de overgangskiezer. De opties hieronder veranderen de werking binnen de ingestelde duur.
- Overvloeien: laat het ene beeld geleidelijk in het andere opgaan, zonder richtingkeuze.
- Via zwart / Via wit: gaat via zwart of wit. Vasthouden 0-1, stap 0,05, vergroot dat deel binnen de overgang; bij 1 is het een derde van de totale duur.
- Veegovergang: onthult met een bewegende rand. Kies links, rechts, omhoog of omlaag en 0-100% zachtheid.
- Schuiven: laat het volgende beeld vanuit de gekozen richting binnenkomen. De wegduwkeuze laat het oude beeld mee schuiven.
- Duwen: duwt het oude beeld uit beeld in een van de vier richtingen.
- Zoomen: vergroot tijdens de wisseling. Factor 1,1-4, stap 0,1; centrum X/Y elk 0-100%.
- Cirkelonthulling / ruitonthulling: opent vanuit de gekozen vorm. Centrum X/Y elk 0-100%.
- Vervagend overvloeien: mengt met onscherpte. Sterkte 0-200%, stap 5.
- Snelle veegbeweging: veegt met bewegingsonscherpte. Kies een van vier richtingen en sterkte 0-200%, stap 5.
- Radiale veegovergang: onthult als een draaiende wijzer. Beginhoek -180 tot 180 graden; wissel de draairichting met de aparte keuze.
- Pixelen: wisselt via grove blokken. Maximale blokgrootte 4-128 pixels, stap 2.
- Storingssnede: verspringt in 4-40 stroken, met intensiteit 1-25%.
- Lamellen: onthult in 2-32 horizontale of verticale banen.
- Draaien: draait en schaalt. Kies -2 tot 2 omwentelingen, stap 0,25; het teken kiest de richting.
- Omslaan: kantelt als een kaart rond de horizontale of verticale as.
- Gesplitste onthulling: opent vanuit het midden, horizontaal of verticaal.
- Flitssnede: maakt kort helderder. Intensiteit 0-150%, stap 5.
- Filmverbranding: geeft een warm lichtlek. Intensiteit 0-200% en warmte 0-100%, stap 5.
- Mozaïekonthulling: wisselt in 2-24 tegelkolommen. Willekeurigheid 0-100%, stap 5, varieert het patroon.
- Rimpeling: vervormt met golven. Amplitude 0-20% en aantal golven 0,5-12, beide stap 0,5.
- Blad omslaan: vouwt links of rechts weg. Vouwschaduw 0-100%, stap 5.
- Kleursplitsing: verschuift kleurkanalen. Maximale afstand 0-80 pixels; hoek 0-360 graden, stap 5.
Intro en outro van één clip
Kies bij de clip onder Animeren > Overgangen Intro-animatie of Outro-animatie: Geen, Vervagen, schuiven in vier richtingen, Inzoomen, Uitzoomen, Draaien, Vervagen met onscherpte of cirkel, rechthoek, ruit en ster. Die laatste vier werken hier met schaal en dekking.
Duur loopt van 0,1 seconde tot de halve clipduur, stap 0,1. Versnelling kiest Lineair, Langzaam begin, Langzaam einde of Langzaam begin en einde. Gebruik de aparte toepasknop. Geen haalt na toepassen deze animatie weg; controleer eventuele eigen keyframes apart.
Als het niet lukt
Ontbreekt een buurclip, laat de clips dan op hetzelfde spoor aansluiten of gebruik een overgang aan één rand. Springt Duur terug, kies binnen het clipmaximum. Controleer voor geluid de aparte audiokeuze. Geef bij een toepasfout de volledige zichtbare melding door.