Kies links een gereedschap en stel boven het canvas de opties in. Sommige gereedschappen maken een eigen laag; andere wijzigen de actieve afbeeldingslaag. Een gebiedselectie begrenst deze bewerkingen niet allemaal.
Grootte en laagkeuze
Grootte biedt meestal gehele waarden van 1-999 pixels voor de breedte van je streek of bewerkingsgebied. Kracht biedt bij kleurvergelijking en vervorming 1-100: hoger neemt meer kleurverschil mee of vervormt sterker. Kies de juiste laag in Lagen. Tekst, selecties, pipet en bijsnijden staan in hun eigen naslagartikelen.

Penseel en potlood
Penseelstreken: sleep voor vloeiende lijnen; de begingrootte is 4 pixels. Drukgevoeligheid staat eerst uit. Zet haar aan voor een wisselende breedte met pendruk; zonder bruikbare pendruk gebruikt het penseel je bewegingssnelheid. De eerste streek kan een penseellaag maken. Volgende streken kunnen op diezelfde laag een eigen kleur en dikte krijgen.
Potlood: sleep voor scherpe pixellijnen, zonder zachte rand; de begingrootte is 1 pixel. Drukgevoeligheid werkt met ondersteunde pendruk. Je tekent op een potloodlaag, niet rechtstreeks op de foto. Gewijzigde gereedschapsinstellingen kunnen een nieuwe potloodlaag maken.
Vullen en wissen
Vullen: klik op een kleurgebied van een afbeeldingslaag of lege laag. De gekozen kleur vult dat gebied; een lege laag krijgt beeldpixels. Kracht begint op 5. Anti-aliasing maakt de rand zachter en staat eerst uit. Met de bereikoptie kun je ook vergelijkbare pixels buiten het aansluitende gebied meenemen. Kies een kleur met alfa boven 0; volledig transparant vullen wordt geweigerd.
Gewoon gummen: sleep om pixels uit een niet-geroteerde afbeeldingslaag weg te halen. Grootte begint op 30 pixels. Cirkel wisselt tussen een ronde en vierkante gum. Bij een ronde gum kiest Strikt een harde rand; uit geeft een zachte rand. Bij vierkant is Strikt verborgen. De kleur-alfa bepaalt hoeveel je wist; lagen eronder kunnen zichtbaar worden.
Tovergummi: klik op een kleur om vergelijkbare pixels te wissen uit een niet-geroteerde afbeeldingslaag. Kracht begint op 15; hoger wist ook grotere kleurverschillen. Anti-aliasing staat eerst aan voor zachte randen. De bereikoptie kan vergelijkbare pixels elders op de laag meenemen. Het gereedschap kiest op kleur, niet op onderwerp.
Vormen
Open links Vormen, of druk buiten een tekstveld op H. Kies een pictogram en teken op het canvas; elke vorm krijgt een eigen laag.
- Lijn en pijl: sleep een rechte lijn, bij de pijl met een punt. De lijndikte begint op 4 pixels.
- Bézierkromme: sleep eerst het begin en daarna het einde. De sleeprichting bepaalt de kromming. Pas de controlepunten later aan met objectselectie. De lijndikte begint op 4 pixels.
- Rechthoek: teken vier rechte zijden. Afronding vanaf 0 maakt de hoeken rond. Kies vierkant of houd Ctrl vast voor gelijke zijden.
- Ellips: teken een ovaal; kies cirkel voor gelijke breedte en hoogte.
- Driehoek en rechthoekige driehoek: teken drie zijden, met bij de tweede één hoek van 90 graden.
- Ruit, parallellogram en trapezium: teken een vierhoek met punten, schuine zijden of een ongelijke boven- en onderkant.
- Vijfhoek en zeshoek: teken een vlak met vijf of zes zijden.
- Ster: kies het aantal punten, standaard 5, en de binnenstraal, standaard 40. De binnenstraal bepaalt de vorm tussen de punten, niet de lijndikte. Minder dan drie punten wordt drie.
- Plus: teken een kruis met vier armen.
- Hart, druppel en maan: teken het gekozen silhouet.
- Cilinder: teken een vlakke cilinder met ovale boven- en onderkant.
- Mensfiguur: plaats een eenvoudig menselijk silhouet.
- Tandwiel: teken een gekartelde vorm en kies haar vulkleur.
- Spreekballon: teken een ballon met een punt; voeg de tekst apart toe.
- Veelhoek: plaats de hoekpunten na elkaar en druk op Escape om het tekenen af te sluiten. Verplaats punten later met objectselectie.
Boven het canvas kies je bij de meeste gesloten vormen rand en vulling aan of uit, hun kleuren en de randdikte: 1-999 pixels, meestal beginnend op 4. Lijn, pijl en kromme gebruiken de tekenkleur. Het tandwiel heeft alleen een eigen vulkleur; de mensfiguur heeft niet dezelfde randschakelaar als andere vormen. Gebruik de opties die bij jouw vorm verschijnen.

Kleurverloop
Kies het verloopgereedschap, stel twee kleuren in en sleep voor richting en afstand. Het verloop komt op een eigen laag over het canvas. De alfa van de tweede kleur is een percentage: 0 maakt dat uiteinde doorzichtig, 100 volledig dekkend. Zet Radiaal aan voor een verloop rond een middelpunt. De radiale kracht bepaalt waar de binnenste overgang begint: standaard 50, bruikbaar tot 99.
Plaatselijke retouche
Klonen: kies de huidige of vorige afbeeldingslaag als bron. Leg een bronplek vast met rechtsklik of ongeveer twee seconden indrukken; sleep daarna over de doelplek om dat beeld te kopiëren. Grootte begint op 30 pixels; anti-aliasing verzacht de rand. Geschaalde of geroteerde bron- en doellagen kunnen eerst rasteren nodig hebben.
Vervagen: sleep om details zachter te maken. Grootte begint op 30 pixels; sterkte op 1, met waarden 1-999, geen procenten. Verscherpen: sleep om randen te benadrukken; grootte begint op 30 pixels, zonder apart krachtveld. Herhaald bewerken versterkt het resultaat.
Ontzadigen: sleep om een gebied grijs te maken. Grootte begint op 50 pixels; anti-aliasing verzacht de rand. Vervagen, Verscherpen en Ontzadigen werken op een niet-geroteerde afbeeldingslaag.
Uitzetten of knijpen: klik om beeld naar buiten of binnen te vervormen; de schakelaar kiest de richting. Straal begint op 80 pixels, kracht op 50 van 100. Dit werkt per klik op een afbeeldingslaag en vraagt grafische ondersteuning van je browser.
Animatievoorvertoning
Kies het animatiegereedschap bij minstens twee lagen. Start of stop met de afspeelknop. Stel de vertraging in op 1-999 milliseconden; standaard 400, dus 0,4 seconde per laag. Je ziet steeds één laag. Controleer na stoppen de oogknoppen. Dit is alleen een voorvertoning: export blijft een vlakke PNG, JPG of WebP, geen GIF of video.
Als het niet lukt
Wordt het laagtype of de draaiing geweigerd? Kies een geschikte afbeeldingslaag, of dupliceer de laag en raster de kopie. Bij Klonen leg je eerst een bronplek vast. Blijft resultaat uit, controleer dan kleur, alfa en laagvolgorde. Kies Ongedaan maken bij een ongewenste pixelbewerking.