Een laag is een afzonderlijk onderdeel van de afbeelding. Een foto, tekst of tekening kan op een eigen laag staan. Het lagenpaneel rechts bepaalt welk onderdeel actief is, welke onderdelen zichtbaar zijn en in welke volgorde ze over elkaar worden getoond.
Een laag selecteren
Klik eenmaal op de naam van de laag in het lagenpaneel. De actieve rij wordt gemarkeerd. Selecteren verandert de inhoud niet en verplaatst de laag niet. Controleer de actieve rij voordat een gereedschap, laaginstelling of verwijderopdracht wordt gebruikt: de juiste laag kiezen voorkomt dat een ander onderdeel wordt aangepast.


De volgorde veranderen
- Kies de laag die naar voren of naar achteren moet.
- Klik boven het lagenoverzicht op de pijl omhoog om de laag een plaats hoger te zetten, of op de pijl omlaag om de laag een plaats lager te zetten.
- Controleer zowel de volgorde in het paneel als het resultaat op het canvas.
Een laag hoger in de lijst wordt voor een laag lager in de lijst getoond. Een ondoorzichtige bovenlaag kan een onderlaag volledig bedekken. Omhoog of omlaag verandert de stapelvolgorde, niet de plaats van het onderdeel op het canvas.
Een laag verbergen of tonen
Klik op de zichtbaarheidsknop naast de laag. De hulptekst wisselt tussen verbergen en tonen. Een verborgen laag blijft onderdeel van het project, maar wordt niet op het canvas getoond. Nogmaals klikken maakt dezelfde laag weer zichtbaar. Deze knop verwijdert de laag niet.
Controleer de zichtbaarheid voor het exporteren: de afbeelding die wordt geëxporteerd is het zichtbare eindbeeld, niet een bestand waarin de verborgen lagen later afzonderlijk kunnen worden geopend.
Een laag dupliceren
Selecteer de laag en klik boven het lagenoverzicht op D, de knop voor een dubbele laag. Er komt een tweede laag bij. Controleer de actieve rij en de stapelvolgorde voordat de kopie wordt bewerkt. Het dupliceren van een laag is iets anders dan een tweede Foto-project opslaan.
Een laag hernoemen
Dubbelklik op de laagnaam in het paneel. Vul de nieuwe naam in het naamvenster in en bevestig de wijziging. De naam helpt om lagen terug te vinden; het hernoemen wijzigt niet de letters die een tekstlaag op het canvas toont.
Voor de zichtbare tekst is het tekstgereedschap nodig. Een laagnaam als “Titel” kan dus bestaan terwijl op het canvas een heel andere tekst staat.
Een laag verwijderen
Klik op de verwijderknop bij de bedoelde laag. De laag verdwijnt uit het project; dit is niet hetzelfde als verbergen. Controleer de rij waarop wordt geklikt. Is alleen tijdelijke onzichtbaarheid nodig, gebruik dan de zichtbaarheidsknop.
Lagen bewaren
Gebruik Bestand > Opslaan om het Foto-project in Delta Media te bewaren. Het projectbestand heeft de extensie .dfb. Een export naar PNG, JPG of WebP is een eindafbeelding en behoudt geen afzonderlijk bewerkbare Foto-lagen. Voor een bestand op het apparaat is na het exporteren de downloadfunctie in Drive nodig.
Als een laag niet zichtbaar is
- Verborgen laag: controleer de zichtbaarheidsknop bij die laag.
- Bedekte laag: controleer of een ondoorzichtige laag hoger in de lijst staat.
- Verkeerde actieve laag: klik op de bedoelde laagnaam voordat instellingen worden aangepast.
- Alleen een PNG, JPG of WebP geopend: de lagen van het oorspronkelijke Foto-project zijn niet uit die eindafbeelding terug te halen. Open het opgeslagen .dfb-project om de oorspronkelijke lagen verder te bewerken.
